Aanwezig

Myrthe Van Roey, voorzitter

Alain Yzermans, burgemeester

Hanne Kellens, Lieve Wouters, Muhammet Oktay, Marc Vandenbussche, Mustafa Aytar, Myriam Bellio, Katrien Timmers, schepenen

Eefje Van Wortswinkel, Göksal Kanli, Bert Cuppens, Carine Achten, Jef Verpoorten, Maarten Houben, Michiel Lenssen, Liesbeth Maris, Mathijs Knevels, Yeter Demirci, Marc Coenen, Ben Olech, Jill Claes, Gunther Maex, Monique Verstraeten, Mia 's Hertogen, Kenan Akyil, Özlem Demirci, Silvio Bellavia, raadsleden

Wim Haest, algemeen directeur

 

Verontschuldigd:

Luciana Costa, Silke Hillen, Filip Gielen, raadsleden

 

 

Openbare zitting

 

Herziening van het reglement inzake Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS) - Goedkeuring.

 

Wetgeving

        Artikel 135 §2, lid 2 in samenhang met artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet: lokale besturen beschikken over de bevoegdheid om via reglementen en verordeningen de materiële openbare orde te handhaven.

 

Feiten en context

Openbare overlast – zoals sluikstorten, geluidshinder en andere vormen van kleine criminaliteit en overlast – draagt sterk bij aan het gevoel van onveiligheid en frustratie bij burgers.

 

Het is de verantwoordelijkheid van steden en gemeenten om hiertegen op te treden en te zorgen voor orde, netheid, gezondheid, veiligheid en rust op openbare plaatsen en in openbare gebouwen.

 

Op basis van artikel 135 §2, lid 2 in samenhang met artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet, beschikken lokale besturen over de bevoegdheid om via reglementen en verordeningen de materiële openbare orde te handhaven. Artikel 135 §2, lid 2 voorziet bovendien expliciet dat steden en gemeenten maatregelen mogen nemen – waaronder politieverordeningen – om alle vormen van openbare overlast tegen te gaan.

 

Sinds 1999 kunnen gemeenten openbare overlast ook aanpakken via gemeentelijke administratieve sancties (GAS), op basis van een door de gemeenteraad goedgekeurde politieverordening. Dit maakt een lik-op-stukbeleid mogelijk voor lokale problemen.

 

In Houthalen-Helchteren wordt er sinds 2017 via G.A.S. opgetreden tegen overlast op basis van de politieverordening ter beteugeling van overlast.

 

Door wetswijzigingen en maatschappelijke evoluties is de huidige politieverordening, die dateert van 2019, aan herziening toe.

 

Een belangrijke aanpassing is de verlaging van de minimumleeftijd. Tot nu toe lag die grens op 16 jaar, maar voortaan zullen ook minderjarigen vanaf 14 jaar onder het toepassingsgebied vallen: we ontvangen de laatste jaren meermaals de info dat er meer en meer overlastfeiten gepleegd worden door steeds jongere tieners. Door de GAS-leeftijd te verlagen, kan er sneller en adequater gereageerd worden op deze evolutie. Het is zeker niet de bedoeling om de GAS-boete als eerste maatregel in te zetten maar als laatste middel wanneer andere pedagogische interventies falen. Bemiddeling, die bovendien ook wettelijk verplicht is, herstelmaatregelen en gemeenschapsdienst krijgen de voorkeur.  

 

Door jongeren vroeg te confronteren met de gevolgen van hun gedrag via herstelgerichte maatregelen, wordt de kans op herhaling kleiner.  

 

De maatregel heeft een symbolische en opvoedkundige waarde: het maakt duidelijk dat ook jongeren verantwoordelijk zijn voor hun gedrag in de publieke ruimte. Dit kan ook ouders activeren om hun rol op te nemen in het opvoedproces. 

 

Het jeugdstrafrecht is van toepassing op minderjarigen van 12 tot 18 jaar. De GAS-wetgeving laat toe om jongeren vanaf 14 jaar te verbaliseren. We zien het in het belang van de gemeenschap en van de minderjarigen dat er zo vroeg mogelijk opgetreden kan worden omdat er verschillende maatregelen kunnen voorgesteld worden die een opvoedende waarde kunnen hebben met het oog op de toekomst van de minderjarige. Op die manier willen we ook vermijden dat jongeren meegesleurd worden in een negatieve spiraal.

 

Het is belangrijk om bij probleemgedrag door jongeren zo vroeg mogelijk in te grijpen. Ouders kunnen dan nog actief bij de behandeling en begeleiding betrokken worden. Door tijdig te handelen en passende zorg aan te bieden wordt het ontwikkelingsproces van jongeren zo min mogelijk verstoord. Hierdoor is idealiter te voorkomen dat een jongere afglijdt naar crimineel gedrag. 

 

Samen met de leeftijdsverlaging wordt er een cascadesysteem uitgewerkt:

        Om de aanpak van jongeren pedagogisch te versterken, wordt er de mogelijkheid voorzien om, afhankelijk van de feiten, een schriftelijke waarschuwing naar de minderjarige en zijn/haar ouders te sturen. Op die manier krijgen jongeren de kans om zichzelf bij te sturen en ouders krijgen de kans om hun ouderlijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid sneller in te vullen.

        Bij zwaardere of herhaalde feiten volgt er onmiddellijk een bemiddelingsgesprek met de ouders en de minderjarige. Tijdens de bemiddeling kunnen er verschillende maatregelen/trajecten/begeleidingen besproken worden op maat van de minderjarige om hem/haar terug op het rechte spoor te krijgen.

        Indien de bemiddeling gunstig wordt afgerond, zijn er geen gevolgen voor de minderjarige. In het andere geval kan er nog een GAS-boete volgen van max. € 175,00.

 

Doelstellingen van het project met cascadesysteem: opvoeden, voorkomen, versterken

        Voorkomen van negatieve spiralen: hoe vroeger we ingrijpen, hoe groter de kans op gedragsverandering.

        Ouderbetrokkenheid: ouders worden snel geïnformeerd en kunnen indien nodig opvoedingsondersteuning krijgen.

        Pedagogische aanpak: jongeren worden bewust gemaakt van hun gedrag en de gevolgen ervan, met ondersteuning op maat.

        Herstelgericht werken: mogelijke maatregelen/trajecten/begeleidingen: infosessie volgen, assertiviteitscursus, opvoedingsondersteuning, gemeenschapsdienst, doorverwijzing FIX …. 

 

Deze maatregel zal geïmplementeerd en ingevoerd worden in samenwerking met en in afstemming met politie CARMA.  

 

De verlaging van de leeftijd zal na twee jaar geëvalueerd worden. 

 

Verder zijn er, naast wat verfijningen, ook enkele nieuwe bepalingen toegevoegd aan de politieverordening, waaronder:

        naast het verbod op het afsteken van vuurwerk e.d. gaat er nu ook een verbod op het bezit ervan gelden;

        het oplaten van wensballonnen is enkel toegestaan met voorafgaande toestemming van de burgemeester;

        een regeling m.b.t. huisnummers, brievenbussen en deurbellen;

        een verbod op het voederen van dieren en het loslaten van sierduiven, tenzij met toestemming van de burgemeester;

        een regeling m.b.t. netheid rond verkoopsinrichtingen;

        regels ter voorkoming van lichtvervuiling en lichtoverlast.

 

Zoals ook wettelijk vereist, werd advies gevraagd aan de jeugdraad over de verlaging van de minimumleeftijd en de wijziging van de politieverordening in het algemeen. Dit advies is als bijlage toegevoegd. Ook PZ CARMA en de interne diensten werden geconsulteerd.

 

Er zal zeker ook aandacht besteed worden aan duidelijke communicatie over de gewijzigde politieverordening, in het bijzonder naar jongeren toe.

 

De toepassing van GAS maakt uiteraard deel uit van een bredere veiligheidsaanpak. Preventie blijft daarbij een essentieel onderdeel van de aanpak van overlast.

 

N.a.v. wetswijzigingen en de verlaging van de leeftijd dient ook het reglement gemeentelijke administratieve sancties aangepast te worden.

 

Advies

Jeugdraad dd. 29.11.2025:

        De jeugdraad vindt het aanvaardbaar dat er tijdig wordt opgetreden en, indien nodig, een GAS-boete wordt uitgeschreven.

        Ze benadrukken dat dit geen heksenjacht mag zijn op jongeren (vanaf 14 jaar), maar wel een middel om duidelijkheid en verantwoordelijkheid te creëren. Ook hiermee gaat de jeugdraad akkoord.

 

Tussenkomsten van raadsleden Maarten Houben, Kenen Akyl en het antwoord van burgemeester Alain Yzermans.

 

Besluit de gemeenteraad met algemene stemmen:

Het reglement inzake gemeentelijke administratieve sancties (GAS) als volgt goed te keuren.

 

REGLEMENT GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES (GAS 1-2-3)

 

HOOFDSTUK I – TOEPASSINGSGEBIED – LEEFTIJDSGRENS – SANCTIES

 

Artikel 1 - Toepassingsgebied

De gemeenteraad kan administratieve sancties bepalen voor overtredingen op de gemeentelijke reglementen en verordeningen, voor zover wetten, besluiten, decreten, reglementen of verordeningen geen andere straffen voorzien.

 

Dit reglement is van toepassing op alle gemeentelijke reglementen en verordeningen die gemeentelijke administratieve sancties voorzien als sanctionering.

 

Artikel 2 – Leeftijdsgrens

De minimum leeftijdsgrens voor de toepassing van gemeentelijke administratieve sancties wordt bepaald op 14 jaar, met toepassing van alle waarborgen die door de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties zijn voorzien.

 

Artikel 3 - Sancties

Er wordt toepassing gemaakt van volgende sancties, zoals voorzien in de wet van 24 juni 2013 op de gemeentelijke administratieve sancties:

        administratieve geldboete tot het wettelijk maximum;

        administratieve schorsing van een door de gemeente verleende toelating of vergunning;

        administratieve intrekking van een door de gemeente verleende toelating of vergunning;

        administratieve tijdelijke of definitieve sluiting van een inrichting.

 

HOOFDSTUK II - VASTSTELLINGEN

 

Artikel 4 – Vaststellers

Vaststellingen kunnen enkel gedaan worden door vaststellers zoals geregeld in de wet van 24 juni 2013 op de gemeentelijke administratieve sancties.

Artikel 5 – Vaststellingsmodaliteiten

§1. Elke overtreding die aanleiding kan geven tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie dient te worden vastgesteld door middel van een proces-verbaal of een bestuurlijk verslag, afhankelijk van wie de vaststellingen doet.

 

§2. Het bestuurlijk verslag van de vaststellende ambtenaar moet aan dezelfde voorwaarden van klaarheid en precisie voldoen en even volledig zijn als een proces-verbaal.

Artikel 6 - Aanvulling proces-verbaal

Indien het proces-verbaal onvoldoende gegevens zou bevatten, kan de aangewezen ambtenaar de verbalisant verzoeken die gegevens, eventueel na bijkomend onderzoek, nog toe te voegen aan het dossier.

 

HOOFDSTUK III – ADMINISTRATIEVE GELDBOETE EN ALTERNATIEVE MAATREGELEN

 

AFDELING 1 – GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

 

Artikel 7 – Sanctionerend ambtenaar

§1. Het opleggen van een administratieve geldboete kan enkel gebeuren door een daartoe aangestelde ambtenaar, zijnde de sanctionerend ambtenaar.

 

§2. Het aanstellen van een ambtenaar belast met het opleggen van de administratieve sancties krachtens artikel 6, §3 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties gebeurt bij beslissing van de gemeenteraad.

 

§3. De sanctionerend ambtenaar moet in alle onafhankelijkheid kunnen optreden.

De sanctionerend ambtenaar moet autonoom kunnen beslissen en mag daarbij geen instructies ontvangen.

Artikel 8 - Kopie dossier

De sanctionerend ambtenaar zendt een kopie van het proces-verbaal of van het bestuurlijk verslag, evenals een kopie van zijn beslissing over aan elke partij die hierbij een rechtmatig belang heeft en die hem voorafgaand een schriftelijk en met redenen omkleed verzoek heeft overgemaakt.

 

AFDELING 2 – PROCEDURE GAS 1 – 2 - 3

 

Artikel 9 - Opstartbrief

§1. De sanctionerend ambtenaar start de procedure op per aangetekend schrijven, waarin hetgeen volgt wordt meegedeeld:

 

1° de feiten op basis waarvan de procedure wordt opgestart en hun kwalificatie;

 

2° dat de overtreder de mogelijkheid heeft om bij aangetekende brief zijn verweermiddelen uiteen te zetten, binnen een termijn van vijftien dagen na de datum van kennisgeving. Indien de ambtenaar van mening is dat er een geldboete van meer dan 70 euro moet opgelegd worden, moet er ook bij vermeld worden dat de overtreder het recht heeft om aan de sanctionerend ambtenaar te vragen zijn verweer mondeling uiteen te zetten;

 

3° dat de overtreder het recht heeft om zich te laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman;

 

4° dat de overtreder het recht heeft om zi jn dos s i er t e raadplegen;

 

5° een kopie van het proces-verbaal of van het bestuurlijk verslag.

 

§ 2. iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige wordt eveneens per aangetekende brief op de hoogte gebracht dat een administratieve procedure opgestart wordt. Deze partijen hebben dezelfde rechten als de minderjarige. 3

 

Artikel 10 – Mondeling verweer

Indien de overtreder wenst gehoord te worden, bepaalt de sanctionerend ambtenaar de dag waarop de overtreder wordt uitgenodigd.

 

Artikel 11 – Beslissing

§1. De beslissing van de sanctionerend ambtenaar dient genomen te worden binnen een termijn van zes maanden of binnen een termijn van twaalf maanden indien er een gemeenschapsdienst en/of bemiddeling tussenkomt.

Indien in het bemiddelingsakkoord termijnen worden overeengekomen, kan de termijn van twaalf maanden, op verzoek van de bemiddelaar, verlengd worden tot vijftien maanden.

De termijn van 6, 12 of 15 maanden begint te lopen vanaf de vaststelling van de feiten.

 

§2. De omvang van de administratieve geldboete is proportioneel op grond van de zwaarte van de inbreuk die de boete verantwoordt en eventuele herhaling.

 

§3. Herhaling bestaat wanneer de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de vierentwintig maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van de inbreuk.

 

§4. De vaststelling van meerdere samenlopende inbreuken op hetzelfde reglement of dezelfde verordening zal het voorwerp uitmaken van één enkele administratieve sanctie, in verhouding tot de ernst van het geheel van de feiten.

 

Artikel 12 – Kennisgeving beslissing

De sanctionerend ambtenaar brengt zijn beslissing ter kennis van de overtreder per aangetekende brief.

De beslissing van de sanctionerend ambtenaar wordt eveneens per aangetekende brief ter kennis gebracht van de minderjarige en iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige.

In de kennisgeving wordt tevens de informatie opgenomen bedoeld in artikel 27 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, alsook de mogelijkheid om in beroep te gaan.

Artikel 13 – Beroep

De overtreder kan beroep aantekenen binnen een termijn van één maand vanaf de kennisgeving van de beslissing. De minderjarige dient beroep aan te tekenen bij de jeugdrechtbank en een meerderjarige bij de politierechtbank.

 

Artikel 14 – Uitvoerbaarheid

De beslissing van de sanctionerend ambtenaar heeft uitvoerbare kracht na het verstrijken van één maand na de kennisgeving van de beslissing aan de betrokkene, tenzij beroep werd aangetekend.

 

Artikel 15 – Aanstelling Advocaat

Wanneer de overtreder een minderjarige betreft en de administratieve procedure wordt opgestart, dient de sanctionerend ambtenaar de stafhouder van de orde van advocaten hiervan op de hoogte te brengen. De stafhouder of het bureau voor juridische bijstand stelt een advocaat aan, uiterlijk binnen twee werkdagen na voormelde kennisgeving.

Een afschrift van het bericht van de kennisgeving aan de stafhouder wordt bij het dossier gevoegd. 4

 

De advocaat kan ook aanwezig zijn tijdens de bemiddelingsprocedure.

 

Artikel 16 – Ouderlijke betrokkenheid

§1. De sanctionerend ambtenaar kan de procedure van ouderlijke betrokkenheid toepassen, conform artikel 17 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

 

§ 2. In het kader van deze procedure, informeert de sanctionerend ambtenaar per aangetekende brief iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige, over de vastgestelde feiten en verzoekt hen om, onmiddellijk na het ontvangen van het proces-verbaal of het bestuurlijk verslag, hun mondelinge of schriftelijke opmerkingen mee te delen over deze feiten en de eventueel te nemen opvoedkundige maatregelen. Hij kan hiertoe een ontmoeting vragen met iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige en de minderjarige.

 

§ 3. Na de in § 2 bedoelde opmerkingen te hebben ingewonnen en/of de minderjarige overtreder te hebben ontmoet, evenals iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige en indien hij tevreden is over de educatieve maatregelen die door deze laatsten werden voorgesteld, kan de sanctionerend ambtenaar hetzij de zaak in dit stadium van de procedure afsluiten, hetzij de administratieve procedure opstarten.

 

Artikel 17 – GAS-bemiddeling

§1. Een GAS-bemiddeling, gedefinieerd als zijnde een maatregel die het voor de overtreder mogelijk maakt om, door tussenkomst van een bemiddelaar, de veroorzaakte schade te herstellen of schadeloos te stellen of om het conflict te doen bedaren wordt voorzien voor minderjarige (verplicht) en meerderjarige overtreders van de politieverordening, krachtens artikel 4, §2 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

 

§ 2. De sanctionerend ambtenaar kan een bemiddeling aan een meerderjarige overtreder voorstellen, mits de instemming van de overtreder, die zowel aan de sanctionerend ambtenaar als aan de bemiddelaar kan worden gegeven.

 

§ 3. De schadeloosstelling of herstelling van de schade wordt vrij door de partijen onderhandeld en beslist.

§4. De GAS-bemiddeling voor minderjarige en meerderjarige overtreders zal gebeuren conform de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en het KB d.d. 28 januari 2014 houdend de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

 

§5. Een geslaagde bemiddeling heeft tot gevolg dat er geen sanctie meer kan opgelegd worden.

 

Artikel 18 – Bemiddelaar

§1. De procedure van GAS-bemiddeling zal uitgevoerd worden door een daartoe aangestelde bemiddelaar.

 

§2. De bemiddelaar doet het nodige voor het organiseren van het bemiddelingsgesprek (uitnodiging versturen, lokaal reserveren, …) en bezorgt na afloop een verslag met het resultaat van de bemiddeling aan de sanctionerend ambtenaar.

 

Artikel 19 – Gemeenschapsdienst

§1. Een gemeenschapsdienst, gedefinieerd als zijnde een prestatie van algemeen belang uitgevoerd door de overtreder ten gunste van de collectiviteit, wordt voorzien voor minderjarige en meerderjarige overtreders, krachtens artikel 4, §2 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

 

§2. Voor zover de sanctionerend ambtenaar dit aangewezen acht, kan hij aan de meerderjarige overtreder, mits zijn akkoord of op zijn verzoek, een gemeenschapsdienst voorstellen in plaats van de administratieve geldboete.

 

§3. In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling, kan de sanctionerend ambtenaar een gemeenschapsdienst voorstellen aan de minderjarige overtreder, die georganiseerd wordt in verhouding tot zijn leeftijd en capaciteiten.

Hij kan eveneens beslissen de keuze en de nadere regels van de gemeenschapsdienst toe te vertrouwen aan de bemiddelaar.

 

§4. De gemeenschapsdienst mag niet meer dan dertig uur bedragen voor meerderjarigen en niet meer dan vijftien uur voor minderjarigen, en moet worden uitgevoerd binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing van de sanctionerend ambtenaar.

 

§5. De gemeenschapsdienst kan bestaan uit :

 

1° een opleiding en/of;

 

2° een onbetaalde prestatie onder toezicht van de gemeente of van een door de gemeente aangewezen bevoegde rechtspersoon en uitgevoerd ten behoeve van een dienst van de gemeente of van een publiekrechtelijke rechtspersoon, een stichting of een vereniging zonder winstgevend oogmerk die door de gemeente wordt aangewezen.

 

§6. Iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige, kan op zijn verzoek de minderjarige begeleiden bij het uitvoeren van de gemeenschapsdienst.

 

§ 7. Wanneer de sanctionerend ambtenaar vaststelt dat de gemeenschapsdienst uitgevoerd werd, kan hij geen administratieve geldboete meer opleggen.

In geval van niet-uitvoering of weigering van de gemeenschapsdienst kan de sanctionerend ambtenaar een administratieve geldboete opleggen.

 

Artikel 20 – Nadere regels gemeenschapsdienst

De procedure van gemeenschapsdienst zal omkaderd worden door de bemiddelaar.

 

HOOFDSTUK IV – ADMINISTRATIEVE SANCTIES OPGELEGD DOOR HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN

 

Artikel 21 - Procedure

§1. Het college van burgemeester en schepenen kan een door de gemeente verleende toelating of vergunning schorsen of intrekken en/of een inrichting tijdelijk of definitief sluiten.

 

§2. De vaststelling van de inbreuk op een verordening of reglement dient te gebeuren volgens de regels beschreven in hoofdstuk II van dit reglement.

 

§3. Indien een inbreuk kan gesanctioneerd worden met een door het college van burgemeester en schepenen op te leggen sanctie, moet het proces-verbaal/bestuurlijk verslag overgemaakt worden aan het college van burgemeester en schepenen via een nota.

 

§4. Deze sancties kunnen pas opgelegd worden nadat de overtreder een voorafgaande verwittiging heeft gekregen. Deze verwittiging gebeurt per aangetekend schrijven en bevat een uittreksel van het overtreden reglement of van de overtreden verordening.

 

§5. Indien na de verwittiging vastgesteld wordt dat de inbreuk blijft voortduren, zal aan de overtreder per aangetekend schrijven worden meegedeeld dat er nog steeds aanwijzingen zijn dat de inbreuk blijft voortduren, met het PV of het bestuurlijk verslag in bijlage, en dat het college van burgemeester en schepenen overweegt een sanctie op te leggen. Tevens wordt er meegedeeld dat de overtreder het recht heeft om het dossier te consulteren, waar en wanneer hij uitgenodigd wordt om gehoord te worden en dat hij zich mag laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman.

 

§6. De hoorzitting wordt genotuleerd en de aanwezigen worden bij het einde van de zitting uitgenodigd de notulen te ondertekenen. Indien iemand weigert te ondertekenen, dan wordt hiervan melding gemaakt.

 

§7. Het college van burgemeester en schepenen neemt een beslissing over de sanctie. De sanctie is proportioneel in functie van de zwaarte van de feiten en van eventuele herhaling.

 

§8. De beslissing wordt aan de overtreder ter kennis gebracht per aangetekend schrijven, met melding van de mogelijkheid tot beroep.

 

Artikel 22 – Beroep tegen beslissing college van burgemeester en schepenen

De belanghebbende kan beroep indienen tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen bij de Raad van State.

 

HOOFDSTUK V – BIJHOUDEN REGISTER

 

Artikel 23 – Register

De gemeente houdt één enkel bestand bij van de natuurlijke personen of rechtspersonen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een administratieve sanctie of een alternatieve maatregel.

 

HOOFDSTUK VI – BEKENDMAKING EN INWERKINGTREDING

 

Artikel 24 - Bekendmaking

Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt conform de artikelen 286 en 288 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 25 - Inwerkingtreding

Onderhavig reglement treedt in werking op 1 januari 2026 ter vervanging van het reglement op administratieve sancties zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 29 september 2022.

 

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.