Aanwezig

Myrthe Van Roey, voorzitter

Alain Yzermans, burgemeester

Hanne Kellens, Lieve Wouters, Muhammet Oktay, Marc Vandenbussche, Mustafa Aytar, Myriam Bellio, Katrien Timmers, schepenen

Eefje Van Wortswinkel, Göksal Kanli, Bert Cuppens, Carine Achten, Jef Verpoorten, Maarten Houben, Michiel Lenssen, Liesbeth Maris, Mathijs Knevels, Yeter Demirci, Marc Coenen, Ben Olech, Jill Claes, Gunther Maex, Monique Verstraeten, Mia 's Hertogen, Kenan Akyil, Özlem Demirci, Silvio Bellavia, raadsleden

Wim Haest, algemeen directeur

 

Verontschuldigd:

Luciana Costa, Silke Hillen, Filip Gielen, raadsleden

 

 

Openbare zitting

 

Politieverordening ter beteugeling van overlast - Goedkeuring.

 

Wetgeving

        Artikel 135 §2, lid 2 in samenhang met artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet: lokale besturen beschikken over de bevoegdheid om via reglementen en verordeningen de materiële openbare orde te handhaven.

 

Feiten en context

Openbare overlast – zoals sluikstorten, geluidshinder en andere vormen van kleine criminaliteit en overlast – draagt sterk bij aan het gevoel van onveiligheid en frustratie bij burgers.

 

Het is de verantwoordelijkheid van steden en gemeenten om hiertegen op te treden en te zorgen voor orde, netheid, gezondheid, veiligheid en rust op openbare plaatsen en in openbare gebouwen.

 

Op basis van artikel 135 §2, lid 2 in samenhang met artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet, beschikken lokale besturen over de bevoegdheid om via reglementen en verordeningen de materiële openbare orde te handhaven. Artikel 135 §2, lid 2 voorziet bovendien expliciet dat steden en gemeenten maatregelen mogen nemen – waaronder politieverordeningen – om alle vormen van openbare overlast tegen te gaan.

 

Sinds 1999 kunnen gemeenten openbare overlast ook aanpakken via gemeentelijke administratieve sancties (GAS), op basis van een door de gemeenteraad goedgekeurde politieverordening. Dit maakt een lik-op-stukbeleid mogelijk voor lokale problemen.

 

In Houthalen-Helchteren wordt er sinds 2017 via G.A.S. opgetreden tegen overlast op basis van de politieverordening ter beteugeling van overlast.

 

Door wetswijzigingen en maatschappelijke evoluties is de huidige politieverordening, die dateert van 2019, aan herziening toe.

 

Een belangrijke aanpassing is de verlaging van de minimumleeftijd. Tot nu toe lag die grens op 16 jaar, maar voortaan zullen ook minderjarigen vanaf 14 jaar onder het toepassingsgebied vallen: we ontvangen de laatste jaren meermaals de info dat er meer en meer overlastfeiten gepleegd worden door steeds jongere tieners. Door de GAS-leeftijd te verlagen, kan er sneller en adequater gereageerd worden op deze evolutie. Het is zeker niet de bedoeling om de GAS-boete als eerste maatregel in te zetten maar als laatste middel wanneer andere pedagogische interventies falen. Bemiddeling, die bovendien ook wettelijk verplicht is, herstelmaatregelen en gemeenschapsdienst krijgen de voorkeur.  

 

Door jongeren vroeg te confronteren met de gevolgen van hun gedrag via herstelgerichte maatregelen, wordt de kans op herhaling kleiner.  

 

De maatregel heeft een symbolische en opvoedkundige waarde: het maakt duidelijk dat ook jongeren verantwoordelijk zijn voor hun gedrag in de publieke ruimte. Dit kan ook ouders activeren om hun rol op te nemen in het opvoedproces. 

 

Het jeugdstrafrecht is van toepassing op minderjarigen van 12 tot 18 jaar. De GAS-wetgeving laat toe om jongeren vanaf 14 jaar te verbaliseren. We zien het in het belang van de gemeenschap en van de minderjarigen dat er zo vroeg mogelijk opgetreden kan worden omdat er verschillende maatregelen kunnen voorgesteld worden die een opvoedende waarde kunnen hebben met het oog op de toekomst van de minderjarige. Op die manier willen we ook vermijden dat jongeren meegesleurd worden in een negatieve spiraal.

 

Het is belangrijk om bij probleemgedrag door jongeren zo vroeg mogelijk in te grijpen. Ouders kunnen dan nog actief bij de behandeling en begeleiding betrokken worden. Door tijdig te handelen en passende zorg aan te bieden wordt het ontwikkelingsproces van jongeren zo min mogelijk verstoord. Hierdoor is idealiter te voorkomen dat een jongere afglijdt naar crimineel gedrag. 

 

Samen met de leeftijdsverlaging wordt er een cascadesysteem uitgewerkt:

        Om de aanpak van jongeren pedagogisch te versterken, wordt er de mogelijkheid voorzien om, afhankelijk van de feiten, een schriftelijke waarschuwing naar de minderjarige en zijn/haar ouders te sturen. Op die manier krijgen jongeren de kans om zichzelf bij te sturen en ouders krijgen de kans om hun ouderlijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid sneller in te vullen.

        Bij zwaardere of herhaalde feiten volgt er onmiddellijk een bemiddelingsgesprek met de ouders en de minderjarige. Tijdens de bemiddeling kunnen er verschillende maatregelen/trajecten/begeleidingen besproken worden op maat van de minderjarige om hem/haar terug op het rechte spoor te krijgen.

        Indien de bemiddeling gunstig wordt afgerond, zijn er geen gevolgen voor de minderjarige. In het andere geval kan er nog een GAS-boete volgen van max. € 175,00.

 

Doelstellingen van het project met cascadesysteem: opvoeden, voorkomen, versterken

        Voorkomen van negatieve spiralen: hoe vroeger we ingrijpen, hoe groter de kans op gedragsverandering.

        Ouderbetrokkenheid: ouders worden snel geïnformeerd en kunnen indien nodig opvoedingsondersteuning krijgen.

        Pedagogische aanpak: jongeren worden bewust gemaakt van hun gedrag en de gevolgen ervan, met ondersteuning op maat.

        Herstelgericht werken: mogelijke maatregelen/trajecten/begeleidingen: infosessie volgen, assertiviteitscursus, opvoedingsondersteuning, gemeenschapsdienst, doorverwijzing FIX …. 

 

Deze maatregel zal geïmplementeerd en ingevoerd worden in samenwerking met en in afstemming met politie CARMA.  

 

De verlaging van de leeftijd zal na twee jaar geëvalueerd worden. 

 

Verder zijn er, naast wat verfijningen, ook enkele nieuwe bepalingen toegevoegd aan de politieverordening, waaronder:

        naast het verbod op het afsteken van vuurwerk e.d. gaat er nu ook een verbod op het bezit ervan gelden;

        het oplaten van wensballonnen is enkel toegestaan met voorafgaande toestemming van de burgemeester;

        een regeling m.b.t. huisnummers, brievenbussen en deurbellen;

        een verbod op het voederen van dieren en het loslaten van sierduiven, tenzij met toestemming van de burgemeester;

        een regeling m.b.t. netheid rond verkoopsinrichtingen;

        regels ter voorkoming van lichtvervuiling en lichtoverlast.

 

Zoals ook wettelijk vereist, werd advies gevraagd aan de jeugdraad over de verlaging van de minimumleeftijd en de wijziging van de politieverordening in het algemeen. Dit advies is als bijlage toegevoegd. Ook PZ CARMA en de interne diensten werden geconsulteerd.

 

Er zal zeker ook aandacht besteed worden aan duidelijke communicatie over de gewijzigde politieverordening, in het bijzonder naar jongeren toe.

 

De toepassing van GAS maakt uiteraard deel uit van een bredere veiligheidsaanpak. Preventie blijft daarbij een essentieel onderdeel van de aanpak van overlast.

 

N.a.v. wetswijzigingen en de verlaging van de leeftijd dient ook het reglement gemeentelijke administratieve sancties aangepast te worden.

 

Besluit de gemeenteraad met algemene stemmen:

De hierna volgende politieverordening inzake de beteugeling van overlast goed te keuren.

 

POLITIEVERORDENING OPENBARE OVERLAST

 

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

 

Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied

 

Artikel 1 – Deze verordening behandelt materies die verband houden met de opdrachten van de gemeente, zoals o.a. bepaald in de Nieuwe Gemeentewet en het Decreet over het Lokaal Bestuur. Het heeft als doel de inwoners te laten genieten van de voordelen van een goede politie, en meer bepaald wat betreft de openbare rust, veiligheid, vlotte doorgang, netheid en gezondheid.

 

Artikel 2 – Deze verordening is van toepassing op het grondgebied van gemeente Houthalen-Helchteren en op elke natuurlijke- en rechtspersoon die zich op dat grondgebied bevindt, ongeacht woonplaats.

 

Artikel 3 – Deze verordening is eveneens van toepassing op alle andere reglementen en/of verordeningen van gemeente Houthalen-Helchteren die aanleiding kunnen geven tot een gemeentelijke administratieve sanctie en die voor de sanctionering expliciet verwijzen naar deze verordening.

 

Hoofdstuk 2. Begrippen

 

Artikel 4 – Onder "openbare ruimte" wordt in voorliggende verordening verstaan:

        de openbare weg, te weten de wegen, pleinen en doorgangen die openstaan voor alle verkeer, hetzij voetgangersverkeer of ander verkeer;

        de groene ruimtes: de openbare plantsoenen, wandelplaatsen, parken, tuinen, pleinen, speelterreinen en alle stukken van de openbare ruimte buiten de openbare weg, die openstaan voor het verkeer van personen en in hoofdorde bestemd zijn voor wandelen en ontspanning;

        openbare bossen en natuurgebieden, voor zover de specifieke wetgeving reglementering (Bosdecreet, Decreet Natuurbehoud) geen specifieke bepalingen voorziet;

        de openbare wateren en hun omgeving.

 

Artikel 5 – Onder "een voor het publiek toegankelijke plaats" wordt verstaan: elke plaats waartoe iedereen, zonder individueel te zijn uitgenodigd, al dan niet tegen betaling, toegang toe heeft.

 

Artikel 6 – Onder "private inrichtingen“ wordt in deze verordening verstaan: woningen en hun aanhorigheden en tuinen, en in het algemeen, alle plaatsen welke niet voor het publiek toegankelijk zijn.

 

Artikel 7 – Onder "openbare vergaderingen" wordt verstaan:

samenkomsten die voor iedereen vrij toegankelijk zijn, hetzij gratis, hetzij tegen betaling van inkomgeld, hetzij op vertoon van een toegangskaart wanneer die kaart uitgedeeld of verkocht wordt aan eenieder die erom vraagt, zelfs als deze plaatsvindt in een private woning. Een publieke oproep om zich nominatief te laten uitnodigen maakt de bijeenkomst openbaar.

 

Artikel 8 – Onder “openbare vergaderingen in voor publiek toegankelijke plaatsen" wordt verstaan: openbare vergaderingen in een gebouw of elke door een omsluiting afgebakende plaats, zoals zalen of tenten, bijvoorbeeld fuiven, concerten, sportmanifestaties, circus, … met uitzondering van openbare vergaderingen in open lucht.

 

Artikel 9 – Onder "openbare vergaderingen in open lucht" wordt verstaan: openbare vergaderingen die plaatsvinden op de openbare weg of in open (= niet afgesloten) terreinen die op de openbare weg uitgeven, zoals een openluchtconcert, een openings- of slotmanifestatie in open lucht, een sportmanifestatie of fuif in open lucht, een betoging, een stoet, ….

 

TITEL II. OPENBARE RUST

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepaling geluidsoverlast

 

Artikel 10 - Geluidsoverlast

 

§1 Het is verboden zich tussen 22 u en 7 u schuldig te maken aan nachtgerucht of nachtrumoer waardoor de rust van de inwoners kan worden verstoord. Het bewijs kan met alle mogelijke middelen geleverd worden.

 

§2. Is tevens verboden om het even welk geluid, gerucht of rumoer gedurende de dag, veroorzaakt zonder reden of zonder noodzaak en dat is toe te schrijven aan een gebrek aan vooruitzicht en voorzorg en dat van aard is de rust van de inwoners in het gedrang te brengen. Het bewijs kan met alle mogelijke middelen geleverd worden.

 

§3. Het geluid wordt als niet hinderlijk beschouwd en kan geen aanleiding geven tot een gerechtvaardigde klacht wanneer het geluid:

        het gevolg is van werken aan het openbaar domein of voor het aanleggen van openbare nutsvoorzieningen, uitgevoerd met toelating van de daartoe bevoegde overheid of in opdracht van die overheid;

        het gevolg is van werken uitgevoerd op werkdagen en zaterdagen tussen 7 uur en 22 uur aan private eigendommen, waarvoor door de bevoegde overheid een vergunning werd afgeleverd, of van verbeterings-, verbouwings- of onderhoudswerken aan dergelijke eigendommen die zonder vergunning kunnen worden uitgevoerd, en waarbij de nodige voorzorgen worden getroffen om overdreven of niet noodzakelijk lawaai te vermijden;

        het gevolg is van werken of handelingen die bij hoogdringendheid of zonder verder uitstel moeten worden uitgevoerd ter bescherming van personen of eigendommen, of ter voorkoming van rampen en waarbij de nodige voorzorgen worden getroffen om overdreven of niet noodzakelijk lawaai te vermijden;

        het gevolg is van werken of handelingen die noodwendig zijn en wegens hun aard niet kunnen onderbroken worden en waarbij de nodige voorzorgen worden getroffen om overdreven of niet noodzakelijk lawaai te vermijden;

        het gevolg is van een door het gemeentebestuur toegelaten manifestatie, voor zover de in de toelating opgelegde voorwaarden worden nageleefd;

        het normale geluid betreft van spelende minderjarigen en dit tussen 7 uur en 22 uur.

 

Hoofdstuk 2. Specifieke bepalingen geluidsoverlast

 

Artikel 11 - Laden en lossen – verhuizingen

 

§1. Voor het hanteren, laden of lossen van materialen, toestellen of gelijk welke voorwerpen die geluiden kunnen voortbrengen, zoals platen, bladeren, staven, dozen, vaten of metalen recipiënten of andere, gelden de volgende principes:

1° deze voorwerpen dienen gedragen en niet gesleept te worden, op de grond geplaatst, en niet geworpen te worden;

2° als deze voorwerpen door hun afmetingen of hun gewicht niet gedragen kunnen worden, dienen ze uitgerust te zijn met een voorziening waardoor ze geluidsarm verplaatst kunnen worden of verplaatst te worden door middel van een (transport)hulpmiddel (bv. lift, transpallet, heftruck, …);

3° laden en lossen is niet toegelaten tussen 22 uur en 7 uur, uitgezonderd voor openbare dienstverlening of mits schriftelijke toelating van de burgemeester.

 

§2 Geen verhuizing mag plaatshebben tussen 22 uur en 7 uur, behoudens een schriftelijke toelating van de burgemeester.

 

Artikel 12 - Muziekactiviteiten

 

Behoudens voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester en naleving van de in de vergunning voorziene voorwaarden zijn de volgende zaken verboden in de openbare ruimte: vocale, instrumentale of muzikale uitvoeringen (inclusief optredens van straatmuzikanten), het gebruik van luidsprekers, versterkers, muziekinstrumenten of andere apparaten die geluidsgolven produceren of reproduceren die voor anderen hoorbaar zijn.

 

Artikel 13 - Muziek en geluidsgolven vanuit voertuigen

 

Het is verboden elektronisch versterkte muziek in voertuigen te produceren, die hoorbaar is buiten het voertuig. De overtredingen tegen deze bepaling, die aan boord van voertuigen worden begaan, worden verondersteld door de bestuurder te zijn begaan of in geval van niet-identificatie van de bestuurder, door de persoon op wiens naam de nummerplaat van het voertuig staat ingeschreven en dit tot bewijs van het tegendeel.

Artikel 74 is hierop van toepassing.

 

Artikel 14 - Voertuigen met luidsprekers en/of andere hulpmiddelen

 

§1. Het gebruik van voertuigen uitgerust met of voorzien van luidsprekers en bestemd voor het maken van reclame is toegelaten van 8 uur tot 19 uur in de periode van 1 oktober tot 31 maart en 8 uur tot 21 uur in de periode van 1 april tot 30 september, behoudens op zon- en feestdagen.

De geluidssterkte mag niet hinderlijk zijn, het mag niet langer dan 15 seconden duren en er moet minstens een rustpauze van 1 minuut gerespecteerd worden.

Het geluid moet afgezet worden als het voertuig stilstaat.

 

§2. Onverminderd de in het reglement ambulante handel voorziene voorafgaande vergunning en artikel 43 van het KB van 15 maart 1968, houdende vaststelling van het technisch reglement op de auto’s, en artikel 33 van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg, is het aanwenden van fluiten, sirenen, bellen, klokken, muziek, geluidsverwekkende hulpmiddelen, door handelsinrichtingen, bewegende verkoopsinrichtingen, venters of leurders, opkopers van oude of nieuwe voorwerpen en dienstverleners, met het doel de aandacht te trekken op de verkoop van een product of het verlenen van een dienst, enkel toegelaten:

        voor de periode van 1 oktober tot 31 maart dagelijks tussen 8.00 u en 19.00 u.

        voor de periode van 1 april tot 30 september dagelijks van 8.00 u tot 21.00 u.

In de vergunning kan hiervan afgeweken worden.

De geluidssterkte mag niet hinderlijk zijn. Verder mag het geluidssignaal niet langer dan 15 seconden duren en moet er minstens een rustpauze van 1 minuut gerespecteerd worden tussen 2 opeenvolgende geluidssignalen.

Het geluid moet afgezet worden als het voertuig stilstaat.

 

Artikel 15 - Alarmsystemen in voertuigen en woningen

 

Alarmsystemen op voertuigen die zich in de openbare ruimte of op privé-eigendommen bevinden en alarmsystemen van woningen mogen niet voor onnodige of overdreven geluidshinder zorgen.

 

Artikel 16 - Gebruik van werktuigen in open lucht

 

Het gebruik in open lucht van grasmaaiers en andere werktuigen aangedreven door ontploffings- en/of elektrische motoren is enkel toegelaten tussen 7 uur en 22 uur. Op zondagen en wettelijke feestdagen is het gebruik van dergelijke toestellen verboden. Dit artikel is niet van toepassing voor de normale exploitatie van landbouwgronden.

 

Artikel 17 - Toestellen voor recreatief gebruik

 

Buiten de erkende terreinen waarop afzonderlijke reglementen van toepassing zijn, is het verboden in de openbare ruimte op afstand bestuurde modelvliegtuigen, - boten of –wagens of andere met ontploffingsmotoren aangedreven speeltuigen, experimenteertuigen te gebruiken om er oefeningen, vertoningen, persoonlijke of groepsvermakelijkheden, wedstrijden of manifestaties mee te houden of in te richten in open lucht, op minder dan 300 meter van natuurgebieden, woonwijken of woonkernen of enig bewoond huis.

Afwijkingen op deze bepaling kunnen door de burgemeester worden toegelaten o.a. ter gelegenheid van feestelijkheden of vieringen,…

 

Artikel 18 - Wapens

 

Zonder afbreuk te doen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de jacht en betreffende het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne en latere wijzigingen, is het verboden, zowel op de openbare weg als op private domeinen, binnenkoeren, gebouwen en op alle plaatsen palende aan de openbare weg, vuurwapens af te vuren.

Deze verbodsbepaling is niet van toepassing op de schietoefeningen die ingericht worden op officieel vergunde schietstanden.

 

Artikel 19 - Vuurwerk

 

§1. Zonder afbreuk te doen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen is het verboden, zowel op de openbare als op private domeinen, om het even welk vuurwerk af te steken (ook bv. voetzoekers, thunderflashes, knal-en rookbussen).

 

Voor professionelen en op oudejaarsavond kan er op deze bepaling een afwijking worden toegestaan door de burgemeester. De burgemeester kan in de toelating na te leven voorwaarden opleggen.

 

§2. Behalve voor professionelen, is ook het bij zich hebben van om het even welk vuurwerk verboden. Op dit verbod geldt enkel een uitzondering indien er voor oudejaarsavond een afwijking werd toegestaan door de burgemeester en enkel tijdens de aankoop en tijdens de uren dat de afwijking geldt.

 

Artikel 20 - Luchtdrukkanonnen

 

De plaatsing en het gebruik van hagelkanonnen en van al dan niet automatische vogelschrikkanonnen of gelijkaardige toestellen is enkel toegestaan na schriftelijke toelating van de burgemeester.

De aanvraag wordt gemotiveerd en moet toelaten de mogelijke hinder van de installatie te beoordelen.

De burgemeester kan in de toelating na te leven voorwaarden opleggen.

 

Artikel 21 - Dieren

 

Dieren mogen geen hinder veroorzaken voor de omwonenden door aanhoudend geblaf, geschreeuw, gekrijs of enig ander geluid. De houders van dieren waarvan het geluid van aard is om de rust van de omwonenden te storen zijn strafbaar met de in onderhavige verordening bepaalde straffen.

 

TITEL III. OPENBARE VEILIGHEID EN VLOTTE DOORGANG

 

Hoofdstuk 1. Bepalingen ter bevordering van de openbare veiligheid en de vlotte doorgang

 

Afdeling 1 – Algemene bepaling

 

Artikel 22 - Hinderlijke en/of gevaarlijke activiteiten

 

§1 Behoudens toelating van de burgemeester, is het verboden in de openbare ruimte en op plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn gelijk welke activiteit uit te oefenen die de openbare veiligheid of de veilige en vlotte doorgang in het gedrang kan brengen.

Deze bepaling is niet van toepassing op sportdisciplines en spelen die in aangepaste installaties worden uitgeoefend.

 

§2. De burgemeester kan bevelen alle voorwerpen weg te nemen, of laten wegnemen op kosten van de overtreder, waarvan de plaatsing een privatief gebruik van de openbare weg uitmaakt op de begane grond alsook erboven of eronder, dat een aanslag kan betekenen op de veiligheid of het gemak van doorgang en waarvan de plaatsing niet voldoet aan de voorschriften.

 

§3. Behoudens op de daartoe ingerichte plaatsen, is het gebruik van voortbewegingstoestellen (steps, rolschaatsen, skateboards, …) enkel toegelaten op voorwaarde dat de openbare veiligheid en de vlotte doorgang niet in het gedrang wordt gebracht. De bevoegde overheid kan het echter ook verbieden op plaatsen die zij bepaalt. Deze bepaling is niet van toepassing op voortbewegingstoestellen van mensen met een handicap.

 

§4 De plaatsen die voor welbepaalde spelen of sporten voorbehouden zijn, mogen gebruikt worden voor andere spelen of sporten of voor andere doeleinden op voorwaarde dat er hierdoor geen hinder ontstaat voor de spelen of sporten waarvoor ze voorzien zijn.

Zij moeten zo gebruikt worden dat de openbare veiligheid en rust niet in het gedrang komen.

 

Afdeling 2 Modaliteiten voor de uitoefening van het vergaderrecht

 

Artikel 23 - Openbare vergaderingen in open lucht

 

§1. Behoudens schriftelijke toelating van de burgemeester is het organiseren van elke openbare vergadering in open lucht verboden.

 

§2. De aanvraag daartoe moet schriftelijk en minstens een maand voor de voorziene datum ingediend worden, behoudens afwijkende regeling voorzien in een reglement of verordening. De burgemeester houdt rekening met en eerbiedigt de beperkingsvoorwaarden voor de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering voorzien in de Grondwet en het EVRM bij de beoordeling van de aanvraag.

 

§3. De houders van de toelating dienen zich te schikken naar de voorwaarden vervat in het toelatingsbesluit.

 

§4. Elke persoon die deelneemt aan een vergunde vergadering in open lucht, dient zich te schikken naar de bevelen van de politie of ander gemachtigde personen die tot doel hebben de veiligheid of het gemak van doorgang te vrijwaren of te herstellen.

 

§5. Het is verboden aan een niet-toegelaten openbare vergadering in open lucht deel te nemen.

 

Artikel 24 - Openbare vergaderingen in voor publiek toegankelijke plaatsen

 

De burgemeester moet minstens een maand op voorhand op de hoogte gebracht worden van openbare vergaderingen in voor publiek toegankelijke plaatsen, zoals gedefinieerd in deze verordening. Indien het om een openbare vergadering gaat zonder enige muziekactiviteit volstaat een termijn van 2 weken.

 

Artikel 25 - Verstoring

 

Het is verboden op gelijk welke manier ieder concert, spektakel, evenement, sportieve bijeenkomst of gelijk welke bijeenkomst die door de gemeente toegelaten is, te verstoren.

 

Afdeling 3 – Specifieke bepalingen

 

Artikel 26 - Bescherming van het privéleven

 

Alle manifestaties met als doel eisen te doen gelden aan privéwoningen van personen die deze eisen kunnen inwilligen of de inwilliging ervan kunnen bewerkstelligen, zijn verboden.

De persoonlijke afgifte van petities of eisenbundels aan privéwoningen door een beperkte delegatie van maximum 5 personen kan wel toegelaten worden op voorwaarde dat de bestemmeling aanwezig is en erin toestemt ze in ontvangst te nemen. De toelating hiertoe dient te worden gevraagd aan de burgemeester.

 

Artikel 27 - Hinderlijk gedrag

 

§1. Het is verboden zich op een hinderlijke wijze op te houden of te gedragen in of op een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder een plein, een openbaar gebouw, een portaal, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, openbare parkeergarage of rijwielstalling, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waar de desbetreffende ruimte voor bestemd is.

 

§2. Het is verboden openbare ordediensten te hinderen tijdens hun interventies. Daarmee gelijkgesteld wordt het niet volgen van richtlijnen van deze diensten tijdens interventies.

 

Artikel 28 - Flyeren – sampling – bedelen van drukwerk

 

§1. Behoudens toelating van de burgemeester is het verboden flyers, strooibriefjes en/of samples of gelijkaardige producten uit te delen of te verspreiden.

 

§2. De verdeler moet zelf of via een helper instaan voor het oprapen van de door het publiek in de omgeving (binnen de evenementenzone of binnen een straal van 100 m rond ieder verdeelpunt) weggeworpen exemplaren of voorwerpen, zo niet wordt dit aanzien als sluikstorten en houdt de gemeente zich het recht voor dit te doen op kosten van de overtreder, onverminderd de toepassing van de boete.

Bij samplingacties dient de verdeler zelf extra vuilbakken te voorzien.

 

§3. Een aanvraag voor machtiging dient ten laatste een maand voor het verspreiden schriftelijk te gebeuren, waarbij de volgende gegevens en stukken dienen toegevoegd te zijn:

1. vermelding van de verantwoordelijke (uitgever) van de publiciteit en diens contactgegevens;

2. vermelding en duiding van eerder verkregen vergunningen dienaangaande;

3. vermelding van plaats van verspreiding.

 

Bij het oordeel over de vergunning zal ook rekening gehouden worden met de mogelijke vervuiling van deze publiciteitsverdeling. De in de machtiging opgenomen voorwaarden dienen nageleefd te worden.

 

§4. Naar aanleiding van de uitdeling mogen voorbijgangers of aanwezigen niet worden lastig gevallen, tegengehouden of aangegrepen.

 

§5. Het is verboden reclamedrukwerk en gratis regionale pers te bedelen in leegstaande panden of achter te laten op andere plaatsen, anders dan de brievenbus.

 

§6. Het is verboden niet geadresseerd reclamedrukwerk met uitsluitend commerciële bedoelingen te deponeren in de brievenbussen die voorzien zijn van een tekst waarbij de bewoners te kennen geven dat zij dit niet wensen.

 

§7. De verdeler van drukwerk e.a. is aansprakelijk bij overtredingen van de bepalingen van dit artikel. Indien de verdeler niet kan geïdentificeerd worden, is de verantwoordelijke uitgever aansprakelijk, tenzij hij het bewijs kan leveren dat hij alles heeft gedaan om de betrokkene op zijn plichten te wijzen en de overtreding van dit artikel te vermijden. Indien er geen verantwoordelijke uitgever is vermeld op de flyers of samples, kan het bedrijf of de organisator achter de promotievoering aansprakelijk gesteld worden, tenzij hij het bewijs kan leveren dat hij alles heeft gedaan om de betrokkene op zijn plichten te wijzen en de overtreding van dit artikel te vermijden.

 

Artikel 29 - Dieren

 

§1. Het is de eigenaars, bezitters, bewakers of houders van dieren verboden deze onbewaakt vrij te laten rondlopen in de openbare ruimte en alle voor het publiek toegankelijke plaatsen, tenzij dit uitdrukkelijk is toegelaten.

Honden dienen alleszins steeds aan de leiband gehouden te worden, tenzij op plaatsen waar het uitdrukkelijk is toegelaten om honden vrij te laten rondlopen.

Deze laatste verplichting geldt niet voor honden die ingezet worden voor de jacht, voor reddingsoperaties en voor diensthonden van de politie. De bewaking dient zodanig te zijn dat de begeleider, het dier op elk ogenblik kan beletten om personen of dieren te intimideren of lastig te vallen, voertuigen te bespringen of private eigendommen te betreden. Het is de personen die het dier niet in de hand kunnen houden, verboden dit te begeleiden.

 

§2. Kwaadaardige, agressieve of gevaarlijke honden moeten gemuilkorfd worden door de begeleider, zodra ze in de openbare ruimte of op publiek toegankelijke plaatsen komen. Dit geldt niet voor honden van politiediensten en erkende bewakingsfirma’s.

 

§3. De toegang met honden is verboden tot openbare gebouwen, gemeentelijke sporthallen, sportterreinen en zwembaden. Dit met uitzondering van personen met een beperking vergezeld van een geattesteerde assistentiehond van een gemachtigde assistentiehondenschool, politiediensten en erkende bewakingsfirma’s met hun honden alsook personen belast met het africhten van assistentiehonden voor personen met een beperkingen die daartoe een attest kunnen voorleggen.

 

§4. Elke houder van een hond dient passende maatregelen te nemen om te beletten dat de hond zou ontsnappen van een privaat erf.

 

§5. Het is verboden om dieren aan te hitsen of niet terug te houden wanneer deze de voorbijgangers aanvallen of vervolgen, zelfs als er geen kwaad of schade uit volgt.

 

§6. In de hondenlosloopweides mogen honden binnen de omheinde zone onder continu toezicht van de begeleider vrij loslopen.

 

Elke hond moet een halsband of harnas aanhebben zodat er snel kan ingegrepen worden.

 

§7. Hondenlosloopweiden zijn enkel toegankelijk tussen 7 uur en 22 uur.

Agressieve honden, loopse honden, gekwetste honden of honden met een duidelijk waarneembare ziekte zijn niet toegelaten op de hondenlosloopweide.

 

§8. Honden mogen in de hondenlosloopweides niet aangezet worden tot hondengevechten.

 

§9. Hondenpoep dient ter plaatse onmiddellijk door het baasje opgeruimd te worden.

 

Artikel 30 - Woonwagens, tenten en slaapplaatsen

 

Het is verboden woonwagens, tenten en slaapplaatsen op te stellen op plaatsen die daar niet voor zijn ingericht, tenzij hiervoor toelating werd gegeven door de burgemeester.

 

Artikel 31 - Bedelarij

 

Het is verboden zowel in de openbare ruimte als in elke voor het publiek toegankelijke plaats en met name in de commerciële centra en straten:

        te bedelen door het op een opdringerige of agressieve wijze aanklampen van voorbijgangers;

        door het bedelen de vlotte doorgang van het voetgangers- en andere verkeer te hinderen of te belemmeren.

 

Artikel 32 -Wensballonnen

 

Het is verboden wensballonnen op te laten behoudens schriftelijke toelating van de burgemeester. Onder wensballonnen wordt verstaan een vliegende lampion, meestal vervaardigd uit papier, gevuld met hete lucht dat opgewarmd wordt door een vlam.

 

Hoofdstuk 2. Bepalingen m.b.t. de openbare veiligheid

 

Artikel 33 - Zich niet identificeerbaar vertonen in de publieke ruimte

 

§1. Behoudens andersluidende wettelijke of reglementaire bepalingen of behoudens schriftelijke en voorafgaande toelating van de burgemeester, is het verboden zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen te begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn.

Het eerste lid geldt echter niet voor hen die zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn, en wel krachtens arbeidsreglementen of een politieverordening naar aanleiding van feestactiviteiten. (artikel 563bis Sw)

 

§2. Voor de toepassing van dit reglement wordt onder het gezicht verstaan: “het voorhoofd, de wangen, de ogen, de oren, de neus en de kin”.

 

§3. Elke persoon moet zich steeds op het eerste verzoek vanwege de politie identificeren.

 

§4. Het is verboden zich te verkleden in de actuele ambtskledij van burgerlijke en militaire overheden en politieambtenaren.

 

§5. Het is voor iedereen, ook de gemaskerde, vermomde of verklede personen verboden:

        iemand aan te klampen;

        aanstootgevende handelingen te plegen;

        voorwerpen, die enig gevaar voor zichzelf of voor anderen kunnen veroorzaken, te dragen of te gebruiken;

 

Artikel 34 - Geluidssignalen

 

Het is verboden de geluidssignalen of oproepen van de brandweer, politie en andere hulpdiensten na te bootsen.

 

Artikel 35 - Bedrieglijke oproepen

 

Iedere bedrieglijke hulpoproep of ieder bedrieglijk gebruik van een signalisatietoestel dat bestemd is om de veiligheid van de gebruikers te vrijwaren is verboden.

 

Artikel 36 - Toegang tot onbezette gebouwen

 

De eigenaar moet gepaste feitelijke maatregelen nemen om de toegang tot onbezette gebouwen te verhinderen.

 

Artikel 37 - Bouwvallige woningen

 

Zijn strafbaar zij die nalaten of weigeren gehoor te geven aan de aanmaning van de administratieve overheid om gebouwen die bouwvallig zijn, te herstellen of te slopen.

 

Artikel 38 - Verplichting tot onderhoud van onroerende eigendommen

 

Zijn strafbaar zij die de openbare veiligheid in het gedrang brengen door ouderdom, bouwvalligheid, gebrek aan herstelling of onderhoud van huizen of gebouwen.

 

Artikel 39 - Het opzettelijk wegnemen, vernielen of beschadigen van andermans eigendom en feitelijkheden

 

Zijn strafbaar :

 

1° zij die voorwerpen in voor publiek toegankelijke ruimtes of de openbare ruimte neerwerpen, plaatsen of achterlaten, die door hun val of door ongezonde uitwasemingen kunnen schaden;

 

2° zij die stenen of andere harde lichamen, of andere voorwerpen die kunnen bevuilen of beschadigen, tegen voertuigen, huizen, gebouwen afsluitingen van een ander of in tuinen en besloten erven werpen;

 

3° Zij die, buiten de gevallen omschreven in boek II, titel IX, hoofdstuk III, van het strafwetboek, andermans roerende eigendommen opzettelijk beschadigen of vernielen;

 

4° zij die door onvoorzichtigheid of gebrek aan voorzorg onopzettelijk dezelfde schade veroorzaken door het behandelen of gebruiken van wapens of door het werpen van harde lichamen of van om het even welke stoffen;

 

5° Zij die wettig aangebrachte aanplakbiljetten aftrekken, of scheuren, of op enigerlei wijze onleesbaar maken;

 

6° zij die afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, opzettelijk beschadigen;

 

7° zij die zich plichtig maken aan feitelijkheden of lichte gewelddaden, mits zij niemand gewond of geslagen hebben en mits de feitelijkheden niet tot de klasse van de beledigingen behoren; in het bijzonder zij die opzettelijk, doch zonder het oogmerk om te beledigen, enig voorwerp op iemand werpen dat hem kan hinderen of bevuilen;

 

8° zij die kwaadwillig een of meer bomen omhakken of zodanig snijden, verminken of ontschorsen dat zij vergaan, of een of meer enten vernielen;

 

9° zij die grafsteden, gedenktekens of grafstenen, monumenten, standbeelden of andere voorwerpen die tot algemeen nut of tot openbare versiering bestemd zijn en door de bevoegde overheid of met haar machtiging zijn opgericht alsook monumenten, standbeelden, schilderijen of welke kunstvoorwerpen ook, die in kerken, tempels of andere openbare gebouwen zijn geplaatst, vernielen, neerhalen, verminken of beschadigen;

 

10° zij die opzettelijk andermans onroerende eigendommen beschadigen;

 

11° zij die geheel of ten dele grachten dempen, levende of dode hagen afhakken of uitrukken, landelijke of stedelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, vernielen; grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen, verplaatsen of verwijderen;

 

12° zij die met het oogmerk om te schaden, rijtuigen, wagons en motorvoertuigen geheel of gedeeltelijk vernielen of onbruikbaar maken.

 

Artikel 40 – Huisnummers – brievenbussen - deurbellen

 

§1. De eigenaar van een onroerend goed is verplicht het huisnummer aan te brengen aan de straatkant van het goed op zo’n manier dat het huisnummer voor iedereen goed leesbaar is vanaf de openbare weg.

§2. In appartementsgebouwen moet elke eigenaar bovendien aan de ingangsdeur van een appartement en studio een nummer plaatsen dat overeenstemt met het busnummer.

 

§3. Iedere woning en ieder appartement moet een brievenbus en een (deur)bel hebben en hierop moet eveneens minstens het huisnummer en desgevallend het busnummer worden aangebracht.

 

Artikel 41 - Aanduidingen van openbaar nut

 

De eigenaars, vruchtgebruikers, huurders, bewoners of verantwoordelijken op grond van gelijk welke titel van een gebouw dienen, zonder dat dit voor hen enige schadeloosstelling impliceert, op de gevel of topgevel van hun gebouw, ook wanneer deze zich buiten de rooilijn bevindt, en in dit geval eventueel aan de straatkant, toe te staan dat aanduidingen van openbaar nut en andere nutsvoorzieningen worden aangebracht.

 

Artikel 42 – Waterlopen e.a.

 

§1. Het is verboden zich op het ijs van de waterlopen en stilstaande waters te begeven.

Bij een voldoende ijsdikte kan de burgemeester op advies van de brandweerbevelhebber afwijking verlenen van dit verbod.

 

§2. Behoudens andersluidende hogere of lokale regelgeving of vergunning van de burgemeester is het verboden enige (water)sport te beoefenen, te vissen, te baden, te zwemmen op of in door de gemeente beheerde vennen, rivieren, beken, vijvers, bekkens, fonteinen, grindplassen gelegen in openbare ruimte of deze te bevuilen of er dieren in te laten baden of te wassen of er eender wat in onder te dompelen.

 

Hoofdstuk 3. Bepalingen m.b.t. vlotte doorgang

 

Artikel 43 - Inname openbare ruimte

 

Voor zover er geen hogere regelgeving of andere gemeentelijke reglementen van toepassing zijn, is het volgende verboden behoudens voorafgaande en schriftelijke vergunning van de burgemeester: iedere privatieve bezetting van de openbare ruimte op het niveau van de begane grond alsook, erboven of eronder, zoals een vastgehecht, opgehangen, geplaatst of achtergelaten voorwerp.

 

Artikel 44 - Werkzaamheden

 

Behoudens toelating van het college van burgemeester en schepenen, is het uitdrukkelijk verboden werkzaamheden te starten op het openbaar en privaat domein van de gemeente, zowel aan de oppervlakte als onder de grond.

De personen die werkzaamheden in boven vermelde zin wensen te starten dienen zich te houden aan de gemeentelijke reglementen betreffende de beschadiging van voetpaden en wegen bij private bouwwerken. Iedere persoon die werkzaamheden op de openbare ruimte uitvoert of laat uitvoeren, is er toe gehouden die te herstellen in de staat waarin ze zich voor de uitvoering van de werkzaamheden bevond of in de staat die in de machtiging vermeld is.

Onverminderd de toepassing van een administratieve boete moet diegene die deze paragraaf overtreedt, de zaken onmiddellijk in orde brengen, zoniet houdt de gemeente zich het recht voor het te doen op kosten en op risico van de overtreder.

 

Artikel 45 - Invloed van werkzaamheden op de openbare weg

 

Voor de toepassing van dit artikel worden de werkzaamheden bedoeld die buiten de openbare weg uitgevoerd worden en die die weg kunnen bevuilen of de veiligheid of de gemakkelijkheid van doorgang kunnen belemmeren.

De burgemeester kan de nodige veiligheidsmaatregelen voorschrijven.

Werkzaamheden die stof of afval op de openbare weg of de omringende eigendommen kunnen verspreiden mogen slechts aangevat worden na het aanbrengen van schermen.

De bouwheer is verplicht de burgemeester of zijn gevolmachtigde minstens 24 uur voor het begin van de werkzaamheden op de hoogte te brengen van de aanvang.

Indien de weg door de werkzaamheden wordt bevuild, moet de uitvoerder van de werken hem onverwijld opnieuw schoonmaken.

 

Artikel 46 - Nemen van maatregelen - signalisatie

 

Zijn strafbaar zij die de openbare veiligheid en vlotte doorgang in het gedrang brengen door een belemmering of een uitgraving of enig ander werk op of nabij de openbare ruimte, zonder de voorgeschreven of gebruikelijke voorzorgsmaatregelen of waarschuwingstekens. Conform artikelen 44 en 45 moet er desgevallend een vergunning gevraagd worden.

 

Artikel 47 - Openbare weg en voetpaden bij sneeuw of vrieskou

 

§1. Het is verboden op de openbare weg:

        bij vorst water te gieten of te laten vloeien;

        glijbanen aan te leggen;

        sneeuw of ijs te storten of te gooien dat afkomstig is van privé-eigendommen.

 

§2. Bij sneeuwval of bij ijzelvorming moeten de aangelanden van een openbare weg erover waken dat voor de eigendom die zij bewonen voldoende ruimte voor de doorgang van de voetgangers wordt schoongeveegd en dat het nodige wordt gedaan om de gladheid ervan te vermijden.

De sneeuw moet aan de rand van het voetpad opgehoopt worden en mag de weggebruikers niet hinderen. De rioolmonden en goten moeten vrij blijven.

 

§3. De verplichtingen van §2 van dit artikel vallen ten laste van:

 

1. de eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachthouder of opstalhouder van het door hem in gebruik genomen of leegstaand aangrenzend huis of gebouw;

2. de eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachthouder of opstalhouder van het aangrenzend onbebouwd perceel;

3. de eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachthouder of opstalhouder van het aangrenzend studentenhuis;

4. de huurder, indien het aangrenzend huis, gebouw of onbebouwd perceel verhuurd is;

5. de hoofdhuurder, de bewaker of de aangestelde persoon of bij gebreke daaraan alle huurders, indien dit een appartementsgebouw is.

 

Artikel 48 - Het snoeien van planten, bomen, … die boven de openbare weg hangen en/of het zicht belemmeren

 

§1. De eigenaars, bewoners, huurders, erfpachthouders, opstalhouders, aangestelden en vruchtgebruikers – de publiek- en privaatrechtelijke rechtspersonen inbegrepen – van onroerende goederen moeten er voor zorgen dat de planten, struiken, heesters, hagen, bomen en alle andere aanplantingen zodanig gesnoeid worden dat geen enkel deel ervan:

        over de rijbaan hangt op minder dan 4,50 meter boven de grond;

        over de gelijkgrondse berm, het fietspad of over het voetpad hangt op minder dan 2,50 meter boven de grond;

        het zicht op de reglementair geplaatste verkeertekens belemmert;

        het zicht op kruispunten belemmert;

        enige belemmering betekent voor de doeltreffendheid van de openbare verlichting of de leesbaarheid van de straatnaamborden.

 

§2. Bij niet-naleving van bovenstaand artikel wordt, naast een mogelijke sanctionering met een gemeentelijke administratieve sanctie, de eigenaar of de verantwoordelijke hiervan per aangetekende brief in kennis gesteld en verzocht de nodige snoeiwerken uit te voeren.

Indien binnen de maand na de schriftelijke ingebrekestelling niet wordt overgegaan tot het snoeien of tot het onderhoud van de beplantingen laat de gemeente van ambtswege de maatregelen uitvoeren die de overtreder verzuimt, zonder verdere verwittiging en op kosten en risico van de overtreder.

§3. De verplichtingen van dit artikel vallen ten laste van:

1. de eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachthouder of opstalhouder van het door hem in gebruik genomen of leegstaand huis of gebouw;

2. de eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachthouder of opstalhouder van het onbebouwd perceel;

3. de eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachthouder of opstalhouder indien het om een studentenhuis gaat;

4. de huurder, indien het huis, gebouw of onbebouwd perceel verhuurd is;

5. de hoofdhuurder, de bewaker of de aangestelde persoon of bij gebreke daaraan de bewoner of gebruiker van de gelijkvloerse verdieping van het gebouw die het gebruiksrecht heeft van de tuin, en bij gebreke daaraan alle huurders, indien dit een appartementsgebouw is.

 

TITEL IV. OPENBARE NETHEID EN GEZONDHEID

 

Hoofdstuk 1. Netheid van de openbare ruimte

 

Artikel 49 - Afval

 

§1. Het is verboden in de openbare ruimte afval achter te laten. Zo is het ook verboden om afval of voorwerpen achter te laten op of naast de vuilnisbakken, afvalcontainers en textielcontainers

 

§2. Het is verboden in straatvuilbakken ander afval dan van ter plekke geconsumeerde producten te werpen.

 

§3. Het is verboden ander afval te werpen in openbare afval- en textielcontainers dan waarvoor deze bestemd zijn.

 

§4. Er mag enkel afval in reguliere zakken of recipiënten aangeboden worden vanaf 18u op de avond voor de geplande ophaling van dergelijke afvalstoffen tot 6u op de ochtend van de geplande ophaling van dergelijke afvalstoffen. Niet opgehaald afval alsook de recipiënten moeten de dag van de ophaling zelf nog binnen gehaald worden.

 

§5. Alle afval afkomstig van een pand dat volgens de actuele gegevens in het rijksregister leegstaat, wordt geacht afkomstig te zijn van de betreffende eigenaar(s).

 

Artikel 50 - Bevuilen openbare ruimte

 

Iedereen die, op om het even welke wijze, de openbare weg of in het algemeen de openbare ruimte heeft bevuild of laten bevuilen, is verplicht deze dadelijk te reinigen.

Indien dit niet gebeurt, heeft de gemeente het recht om ambtshalve over te gaan tot reiniging, op kosten en risico van de overtreder.

 

Artikel 51 - Schadelijk afval

 

Het is verboden op en langs de openbare weg en zijn aanhorigheden of in het algemeen de openbare ruimte bevuilende en/of verontreinigende materialen of vloeistoffen te storten of te gooien die schade kunnen berokkenen aan de openbare veiligheid, de hygiëne of de kwaliteit van het leefmilieu.

 

Artikel 52 - Gebruik containerpark in eigen beheer

 

§1. Het is verboden afval uit een andere stad of gemeente aan te bieden aan het containerpark.

 

§2. Zo is ook strafbaar een niet-inwoner van de gemeente die zich aan het containerpark aanbiedt met een EID van een inwoner van de gemeente.

 

Artikel 53 - Uitwerpselen van dieren

 

De personen die een dier begeleiden in de openbare ruimte, met uitzondering van personen met een beperking zonder begeleiding en vergezeld van een geattesteerde assistentiehond van een gemachtigde assistentiehondenschool, moeten steeds in het bezit zijn van de nodige zakjes/hulpmiddelen teneinde de door het dier achtergelaten uitwerpselen te kunnen verwijderen. Deze aan het dier aangepaste hulpmiddelen dienen op eenvoudig verzoek getoond te worden aan de personen die bevoegd zijn om inbreuken vast te stellen.

Begeleiders van dieren, met uitzondering van personen met een beperking zonder begeleiding en vergezeld van een geattesteerde assistentiehond van een gemachtigde assistentiehondenschool, zijn verplicht om de uitwerpselen van deze dieren onmiddellijk te verwijderen. Indien de overtreder de uitwerpselen niet verwijdert, worden de kosten voor het opruimen en reinigen door de diensten van de gemeente aan de overtreder aangerekend.

 

Artikel 54 - Aanplakking

 

Is verboden het aanbrengen en/of plaatsen van opschriften, affiches, beeld- en fotografische voorstellingen, vlugschriften en plakbriefjes op de openbare weg en op de bomen, aanplantingen, plakborden, voor- en zijgevels, muren, omheiningen, pijlers, palen, zuilen, bouwwerken, monumenten en andere langs de openbare weg of in de onmiddellijke nabijheid ervan liggende opstanden, op andere plaatsen dan die welke door de gemeente voor aanplakking zijn bestemd, tenzij hiervoor schriftelijke toelating van het college van burgemeester en schepenen werd gegeven voor wat betreft het openbaar domein, of vooraf en schriftelijk werden vergund door de eigenaar of door de gebruiker, voor zover de eigenaar ook zijn akkoord schriftelijk en vooraf heeft gegeven.

Onverminderd de toepassing van een administratieve boete moet de overtreder de zaken onmiddellijk op orde brengen, zoniet houdt de gemeente zich het recht voor het te doen op kosten van de overtreder.

 

Artikel 55 - Graffiti

 

Het is verboden om zonder toestemming van naargelang het geval de burgemeester of de eigenaar, graffiti aan te brengen op roerende of onroerende goederen, behalve op plaatsen die daartoe zijn aangeduid. (artikel 534bis SWB)

 

Artikel 56 - Confetti en dergelijke

 

§1. Het is verboden om glitters, confetti van papier, kunststof of van plastiek of slingerpapier te werpen op of in de openbare ruimte.

 

§2. Enkel tijdens vergunde carnavalsoptochten en andere openbare manifestaties kan er op deze bepaling een afwijking worden toegestaan door de burgemeester. De burgemeester kan in de toelating na te leven voorwaarden opleggen.

 

§3. Het is verboden spuitbussen met kleur- en scheerschuim en spuitbussen met kleurhaarlak, schoensmeer, en/of enig ander middel dat kwetsuren en/of schade kan veroorzaken aan personen en/of goederen, in de openbare ruimte of voor publiek toegankelijke plaatsen te gebruiken of te bezitten.

 

Artikel 57 - Urineren en achterlaten van uitwerpselen

 

Het is verboden te urineren of uitwerpselen achter te laten in de openbare ruimte of voor publiek toegankelijke plaatsen (bv. in galerijen en passages op privégebied die voor het publiek toegankelijk zijn), elders dan in de daartoe bestemde plaatsen.

 

Artikel 58 - Spuwen

 

Het is verboden te spuwen in de openbare ruimte of een voor het publiek toegankelijke plaats.

 

Artikel 59 - Netheid rond verkoopsinrichtingen

 

§1 De uitbaters van voedingswinkels en horecazaken, alsook de houders van kramen, wagens of tafels e.d. die voeding en/of drank verkopen die ter plaatse kan verbruikt worden, en de houders van drank- en/of voedselautomaten moeten de nodige voorzorgsmaatregelen treffen opdat hun klanten de openbare ruimte rond hun handel niet zouden vervuilen. Dit houdt onder andere in dat men degelijke en goed zichtbare en bereikbare vuilnisbakken moet plaatsen. Men moet eveneens instaan voor het rein houden van deze vuilnisbakken, het ledigen en bergen ervan. Men moet ook instaan voor het reinigen van de onmiddellijke omgeving rondom de inrichting. Indien wordt nagelaten de openbare ruimte rond de inrichting te reinigen, kan ambtshalve worden overgegaan tot de reiniging van het openbaar domein op kosten van de uitbater.

 

§2. Afvalcontainers mogen enkel op de dag van de afhaling op het openbaar domein aangeboden worden en moeten na het ledigen ervan onmiddellijk terug weggehaald worden.

 

§3. Tijdens evenementen en manifestaties en op de locatie van die evenementen en manifestaties mag er geen (glas)afval buiten staan.

 

Artikel 59bis – Loslaten duiven

 

Het is verboden om ter gelegenheid van een huwelijk sierduiven in de openbare ruimte los te laten behoudens toestemming van de burgemeester.

 

Hoofdstuk 2. Openbare gezondheid

 

Artikel 60 - Verbranding van materialen

 

§1. Onverminderd de bepalingen van het Materialendecreet, VLAREM II, het Veldwetboek, het bosdecreet en andere toepasselijke regelgeving, is het verboden materialen te verbranden, dit met uitzondering van de verbranding van onbehandeld, droog stukhout, houtskool of steenkool. Deze bepaling geldt zowel voor verbranding van materialen in open lucht als via (hout)kachels, open haarden of zogenaamde allesbranders.

 

§2. Conform artikel 6.11.1 VLAREM II kan de burgemeester na een gemotiveerde aanvraag schriftelijke toestemming geven voor uitzonderingen op §1, bijvoorbeeld om redenen van folkloristische of sociale aard, als fytosanitaire maatregel bij bedrijfslandbouwkundige werkzaamheden, in het kader van het beheer van bossen, natuur en landschappen.

De burgemeester kan toelating geven, weigeren of voorwaarden opleggen betreffende de plaats of het tijdstip.

 

§3. Bij de vaststelling van de verspreiding van prikkelende of irriterende rookgassen dient de veroorzaker op eerste verzoek het vuur onmiddellijk te blussen indien deze niet over een toelating beschikt zoals omschreven in §2. In voorkomend geval dient de toelating getoond te worden aan de toezichthouders.

 

§4. Er dient steeds een verantwoordelijke bij het vuur aanwezig te zijn, die waakt over brandveiligheidsvoorwaarden.

 

Artikel 61 - Verbrandingsinstallaties

 

§1. De gebruikers van de verbrandingsinstallaties met of zonder energiewinning die niet onderworpen zijn aan een voorafgaande vergunning zoals voorzien in de indelingslijst van Vlarem II bijlage 1, moeten ervoor zorg dragen dat daarmee geen luchtverontreiniging wordt veroorzaakt die de gezondheid kan schaden.

 

§2. Zij dienen tevens alle voorzorgen te treffen om de buurt niet te hinderen door geur, gas, damp, roet, stof en andere uitwasemingen.

 

Artikel 62 - Dieren voederen

 

Het is verboden in de openbare ruimte dieren te voederen tenzij in opdracht van de gemeente of mits toelating van de burgemeester.

 

Artikel 63 - Reinheid van de huizen, binnenplaatsen en gemeenschappelijke gangen.

 

§1. Elke eigenaar, huurder, beheerder of gebruiker van een terrein, bebouwd of niet bebouwd, woning, binnenplaats of gemeenschappelijke gang is er toe gehouden het gebouw/terrein zodanig te onderhouden dat er geen overlast (visuele impact op de omgeving, onveilige situatie, gevaar voor de gezondheid, … ) veroorzaakt wordt aan de omliggende terreinen, de buren of het openbaar domein.

 

§2. Het is verboden afval van welke aard ook (autobanden, grofvuil, houtafval,…) die aanleiding kan geven tot overlast op de terreinen of binnenplaatsen neer te leggen of te bewaren.

 

§3. Elke eigenaar, huurder, beheerder of gebruiker van een terrein, bebouwd of niet dient de nodige maatregelen te nemen om de aanwezigheid van ongedierte te voorkomen en in voorkomend geval, te verwijderen.

 

Artikel 64 - Leegstaande woningen

 

De eigenaar van een niet-bewoond of niet-gebruikt gebouw is verplicht het op een zodanige wijze af te sluiten dat iedere toegangsmogelijkheid, zonder inbraak, onmogelijk wordt.

Tevens dienen in deze gebouwen de gepaste maatregelen te worden genomen om de toegang voor huis- en knaagdieren, in het wild levende dieren en voor vogels via vensters, ramen, deuren, keldergaten en riolen te voorkomen.

 

Artikel 65 - Geurhinder

 

§1. Iedere burger is ertoe gehouden de nodige maatregelen te nemen om geurhinder te vermijden of minstens te beperken, onverminderd de milieuwetgeving en vergunningsvoorwaarden.

 

§2. De eigenaars van een mest-, afval-, composthoop, compostvat e.d. zijn ertoe gehouden alle mogelijke maatregelen te nemen om geurhinder te vermijden, of minstens te beperken.

 

§3. Afvalcontainers dienen steeds afgesloten te blijven en voldoende gekuist te worden om geurhinder te vermijden of minstens te beperken.

 

§4. Schouwen en de luchtafvoeropeningen van dampkappen moeten zodanig geplaatst worden dat de geurhinder voor buren tot een minimum wordt beperkt.

 

§5. De houders van dieren zijn ertoe gehouden hun dieren zodanig te huisvesten en alle mogelijke maatregelen te nemen opdat de dieren geen geurhinder veroorzaken, of minstens de hinder te beperken.

 

Artikel 66 - Opslag voertuigen

 

Onverminderd de van toepassing zijnde wetgeving op vlak van milieu en stedenbouw, is het voor elke eigenaar, huurder, beheerder of gebruiker van een woning of een terrein, bebouwd of niet bebouwd, verboden om één of meerdere voertuigen zonder nummerplaat en/of inschrijvingsbewijs en/of verzekering te stallen die zichtbaar zijn vanaf het openbaar domein en die (tijdelijk) niet meer gebruikt worden, tenzij men de nodige vergunningen heeft.

Dit verbod geldt niet voor het te koop stellen van een eigen voertuig gedurende een periode van maximaal 6 maanden. Het te koop stellen van het voertuig moet zich beperken tot maximaal 2 voertuigen.

 

Artikel 67 - Schadelijke middelen

 

Het is verboden om schadelijke middelen te verhandelen of te bezitten indien de handel of het bezit gericht is op het oneigenlijk gebruik van het middel met als doel het bekomen van een roeseffect.

 

Artikel 68 – lichtvervuiling/lichtoverlast algemeen

 

Behoudens voorafgaande schriftelijke toelating van de burgemeester of van het college van burgemeester en schepenen in het kader van muziekactiviteiten is het verboden om gebruik te maken van het luchtruim boven het grondgebied van de gemeente voor het voortbrengen of projecteren, hetzij rechtstreeks hetzij door weerkaatsing, van lichtbundels van laserlicht of gelijkaardig licht.

 

TITEL V. VERPLICHTING HUURWETGEVING

 

Artikel 69 - Bekendmaking huurprijs en kosten en lasten

 

Als een goed dat bestemd is voor bewoning in de ruime betekenis, wordt verhuurd, moet er, conform het Decreet houdende bepalingen betreffende de huur van voor bewoning bestemde goederen of delen ervan, in elke officiële of publieke mededeling minstens het bedrag van de gevraagde huurprijs en van de kosten en lasten vermeld worden. Dit artikel is niet van toepassing wanneer het goed te huur wordt aangeboden als toeristisch logies in de zin van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies. 22

 

TITEL VI. HANDHAVING

 

Artikel 70 - Sancties

 

§1. Voor zover wetten, besluiten, decreten, reglementen en verordeningen geen andere straffen voorzien, kunnen inbreuken op deze politieverordening, gepleegd door personen vanaf 14 jaar of door rechtspersonen, gesanctioneerd worden met een gemeentelijke administratieve sanctie:

        een administratieve geldboete, of

        een administratieve schorsing of intrekking van een door de gemeente afgeleverde toelating of vergunning, en/of

        een tijdelijke of definitieve sluiting van een instelling.

 

§2. Als alternatief voor de administratieve geldboete, zoals voorzien in §1, 1°, zijn er volgende maatregelen mogelijk:

1° de gemeenschapsdienst,

2° de GAS-bemiddeling.

De bemiddelingsprocedure is wettelijk verplicht voor minderjarigen.

 

§3. Worden eveneens bestraft met een van de hierboven voorziene administratieve sancties inbreuken op een machtiging of een besluit van de burgemeester of een administratieve sanctie van het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 71 - Bepalen van de geldboete

 

De omvang van de administratieve geldboete zal proportioneel zijn in functie van de ernst van de inbreuk die de boete verantwoordt en van eventuele herhaling. De boete zal ongeacht de omstandigheden alleszins het bedrag van het wettelijk voorziene maximum niet overschrijden.

 

Artikel 72 - Alternatieve middelen

 

Naast het opleggen van een sanctie kunnen alle mogelijke wettelijke middelen gebruikt worden om onmiddellijk een einde te maken aan een inbreuk (o.a. inbeslagname).

 

Artikel 73 - Plaatsverbod

 

Conform artikel 134sexies van de Nieuwe Gemeentewet kan de burgemeester, in geval van verstoring van de openbare orde veroorzaakt door individuele of collectieve gedragingen, of in geval van herhaaldelijke inbreuken op de reglementen en verordeningen van de gemeenteraad gepleegd op eenzelfde plaats of ter gelegenheid van gelijkaardige gebeurtenissen en die een verstoring van de openbare orde of een overlast met zich meebrengen, een tijdelijk plaatsverbod van een maand, tweemaal hernieuwbaar, opleggen jegens de dader of de daders van deze gedragingen.

De niet-naleving van een tijdelijk plaatsverbod kan gesanctioneerd worden met een hierboven vermelde administratieve geldboete.

 

Artikel 74 - Bestuurder motorvoertuig

 

§1. Wanneer een overtreding is begaan door een bestuurder van een voertuig en de bestuurder is bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd, dan wordt vermoed dat deze overtreding is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig.

 

§2. De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken binnen dertig dagen na de kennisgeving van de overtreding, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.

 

TITELVII. SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 75 - Bekendmaking - toezicht

 

§1. Onderhavige verordening zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 t.e.m. 288 Decreet over het Lokaal Bestuur en de wet van 24 juni 2013, meer specifiek artikel 15 m.b.t. minderjarigen.

 

§2. De verplichtingen opgelegd door artikel 119 Nieuwe Gemeentewet worden nageleefd.

 

Artikel 76 - Inwerkingtreding

 

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 77 - Opheffingsbepalingen

 

Vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden alle politieverordeningen, reglementen en artikelen van politieverordeningen of reglementen die strijdig zijn met deze politieverordening geacht te zijn opgeheven, in het bijzonder de politieverordening ter beteugeling van overlast d.d. 19 december 2019.

 

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.